Retrospectieve van 40 jaar werk van Anne-Mie van Kerckhoven in het M HKA
Jan Hoet zei tegen mij: 'Vrouwen moeten geen kunstenaar zijn, die moeten kinderen kopen'



interview by Lotte Beckers.
published on 03 Feb 2018 in De Morgen

"Jan Hoet zei tegen mij: 'Vrouwen moeten geen kunstenaar zijn, die moeten kinderen kopen'"

Retrospectieve van 40 jaar werk van Anne-Mie van Kerckhoven in het M HKA

De eerste expo die ze organiseerde, eindigde met een molotovcocktail, en kunstpaus Jan Hoet wist geen weg met zoveel vrouwelijke sturm-und-drang. Maar vandaag toont Anne-Mie Van Kerckhoven (66) veertig jaar werk in het M KHA. ‘Ik ben geen gewone mens.’

Ze is net 66 geworden, maar Anne-Mie Van Kerckhoven is nooit haar cool verloren. Rudy Vandendaele van Humo noemde haar ooit de koningin van de underground. “Dat is toch wel een compliment. De tegencultuur, dat ben ik.”

De Antwerpse met de eeuwige blonde bob blikt nu in het M KHA terug op een carrière van veertig jaar: tekeningen en collages met papier of plastic. Ze maakt ook films, sculpturen en installaties. Luid, kleurrijk en opstandig.

Seks, technologie, kunstmatige intelligentie, vrouwelijkheid, filosofie, politiek: het zijn steeds de snijpunten die ze opzoekt. En hoewel in het buitenland de initialen AMVK wel bekend zijn, is ze hier altijd wat overschaduwd door haar (mannelijke) collega’s.

Met haar man Danny Devos is ze ook stichtend lid van Club Moral. Voor wie toen nog niet geboren was: Club Moral is een tweemans-noiseband slash kunstenaarscollectief dat in de jaren 80 veel lawaai maakte in een goedkope fabrieksruimte in Borgerhout.

“De eerste kunstenaar die we daar uitnodigden, was Claude Yande. Een Amadees, gelijk ze zeiden, ene van Amada (de voorloper van de PVDA, LB). Hij had prachtige, grote tekeningen gemaakt van werkmensen, die op de grond lagen. Daar lag ook echt vlees op dat na een tijd ging rotten. En op de opening gooide hij daar na een uur ineens een molotovcocktail op. Iedereen is moeten vluchten.”

Dat was jullie allereerste activiteit?

Anne-Mie Van Kerckhoven: “Amada is die avond komen kijken en die hebben zich direct gedistantieerd. In de gazet! Die Claude, dat was fantastisch natuurlijk wat die gedaan had, dat was heel goed. Maar voor ons was dat geen statement. Wij wilden vooral mensen de kans geven om zich te uiten en anderen om dat te komen bekijken.”

Wat is het extreemste dat u met Club Moral hebt gedaan?

“Dat weet ik niet. Eigenlijk heb ik dat nooit extreem gevonden, wat wij deden. Het was een tijd vol experiment. Het geweld dat je toen zag, in de films van Fassbinder bijvoorbeeld, dat zou vandaag niet meer kunnen. Iedereen was altijd gechoqueerd, maar daar ging het niet over. Mijn ouders zijn na mijn eerste tentoonstelling, in 1976, huilend naar huis gegaan. En iemand riep: dat je zulke dingen durft te tekenen. Jij hebt niet eens de oorlog meegemaakt.”

Wat had u dan getekend?

“Taferelen, mensen, situaties, abstracte vormen. Ze vonden het gewelddadig, maar ik snapte niet waar die mensen het over hadden. In die tijd was alle kunst conceptueel, maar ik tekende amorfe dingen uit mijn onderbewustzijn, ­zonder duidelijke betekenis. Mensen vonden dat verstorend, ze konden er niet tegen.”

Hebt u toen getwijfeld aan uzelf?

“Ik voelde mezelf natuurlijk steeds abnormaler. Ik werkte toen nog halftijds in een fabriek en daar zeiden ze ook: ‘Anne-Mie? Dat is geen echte vrouw.’ Maar wat wil dat zeggen? Ik ­verstond dat niet.

“Ik legde het naast mij neer, maar dat bleef er natuurlijk wel inzitten. Of mij dat beïnvloedde? Misschien wel mijn werk. Ik was heel agressief geworden door mijn contacten met de kunst­wereld. Mijn werk heeft daar iets militants gekregen, terwijl dat niet mijn bedoeling was.”

Ze oogt wat nerveus als ze de deur van haar huis in Borgerhout opent. We zijn vijf minuten te vroeg, glimlacht ze. Maar dan zijn de foto’s genomen en staat er koffie, ze is weer de wilde wervelwind.

In sappig Antwerps vertelt ze over het ­verband tussen mystiek en dualisme, en dat ze onlangs op het internet las dat de libertijnen ontstaan zijn uit een uitwisseling van kennis en seks (“zeker eens opzoeken, interessant!”).

Ze meandert van Wittgenstein naar het dogma van de vooruitgang en dan naar kunstenaars als drijvende kracht achter de Duitse eenmaking in de 19de eeuw. Soms is ze halverwege het antwoord de vraag vergeten, soms weten we het zelf niet eens meer.

De afgelopen twee jaar waren een beproeving, zegt ze. Eerst werd ze door twee Duitse kunstinstellingen gevraagd om een retrospectieve, en woensdag opent een meer uitgebreide versie daarvan in het M KHA.

“Ik ben nooit een goede slaper geweest, maar de laatste jaren is het echt verschrikkelijk. Kunst maak je niet uit gemak, maar uit ongemak, negativiteit en opstand. Dus toen ik representatieve werken moest kiezen, kwam dat allemaal weer naar boven. Ik denk vaak: dit is een bijna-doodervaring. Je hoort dat toch dikwijls, mensen die hun leven zien voorbijflitsen. Misschien dat mensen die op pensioen gaan iets gelijkaardigs meemaken, maar ik moet met het resultaat van dat leven ook nog iets goeds presenteren.

“Ik ben ook geen gewone mens. Ik wilde een ander, vrij leven. Het leven van een kunstenaar is een utopie. En deze tentoonstelling laat zien wat dat bij mij heeft teweeggebracht.”

Al toen ze nog een kind was, zeiden ze thuis: “Ons Anne-Mie, dat is een artiest.” Ze was de oudste van vijf, haar ouders organiseerden ­feesten en banketten.

Op de schouw bij haar grootmoeder stond een spreuk: ‘In huis is het geheel verdraaid waar het haantje zwijgt en het hennetje kraait’. “Alles stond ten dienste van de man, maar de vrouwen droegen bij ons de broek. Ik vond dat normaal, maar ik vond ook dat mannen interessantere levens hadden dan vrouwen. Want wat was dat eigenlijk? Kinderen krijgen, de hele familie die in het ziekenhuis rond je bed komt staan, naar de crèche gaan... Ik wilde die wereld niet.”

U geeft soms enigszins de indruk wat buiten de wereld te staan.

“Stapt elke kunstenaar er niet een beetje uit? Als jong kind vond ik dat er veel niet klopte in deze westerse maatschappij: altijd maar werken, werken, werken. Er zijn zoveel tegenstrijdig­heden. Tot mijn 17de las ik sprookjes en was ik geïnteresseerd in mensen als Galileo Galilei, die echt ontdekkingen heeft gedaan en het denken vooruit heeft geholpen. Met de maatschappij wilde ik zo weinig mogelijk te maken hebben.”

U wilde kunstenares worden, ging naar de academie in Antwerpen en belandde in de kunstwereld. Daar bent u erg van geschrokken.

“Een ontluisterende bedoening. Die linkse ­intelligentsia, dat was een geprofiteer langs alle kanten van het feit dat vrouwen de pil pakten. Het was een heel losse sfeer, maar ik heb altijd gezegd: seg, zijde gij niet goed just ofzo? En dan was ik dus de ijskast, of militant. Of abnormaal natuurlijk.”

Wat vindt u van #metoo?

“Ik vind het goed dat mannen als Weinstein nu lik op stuk krijgen, al vind ik het wel raar dat het zo lang heeft kunnen duren. Anderzijds: tot een paar jaar geleden had ik ook collega’s die het zich permitteerden om platte dingen te zeggen. Dan zei ik: ‘Weet je wel wat je zegt?’ En toch ­bleven ze dat doen.”

Wat zeiden ze dan?

“Dat zeg ik niet. Dat is te verschrikkelijk! En wat moet je doen, ze een mot geven? Dat doe ik niet, want daar ben ik te beleefd voor. Misschien moet ik het nu eindelijk voor de eerste keer wel eens zeggen. Ik was dus les aan het geven. De kids waren aan het tekenen, komt die collega binnen: ‘Anne-Mie, je ziet er vandaag weer goed uit.’ Allee, dacht ik, daar gaan we weer. En dan: ‘Anne-Mie, hoe masturbeerde gij feitelijk?’”

Voor de hele klas?

“Daar stonden dus twintig van die jonge gasten, hè. Ik denk dat ik hem gevraagd heb om te vertrekken, maar ik heb er daarna niets meer over gezegd. (roept het uit) Kunt ge u dat nu voorstellen, dat ik daarna niets meer heb gezegd? Dat vind ik zo beschamend. Maar ik zag zulke situaties als een test voor mijn zelfbeheersing.”

Het feit dat u een vrouw bent, heeft dat uw carrière afgeremd? U vond dat Jan Hoet u niet als kunstenaar maar als vrouw bekeek.

“Hij heeft dat zelf zo gezegd in een interview, dat hij er spijt van had dat hij me niet voldoende heeft gesteund.

“Ik zal daar eens iets over zeggen, over Jan Hoet: Ik ben daar heel lang kwaad op geweest, en weet je waarom? Omdat ik hem in de jaren 90 zei: ‘Er gebeurt niks.’ Bij mannen is er altijd continuïteit. Zelfs bij Danny, die als performer maar af en toe iets doet in het openbaar, is er altijd continuïteit.

“Ja, zei hij, vrouwen moeten geen kunstenaar zijn, die moeten kinderen kopen. Ergens heeft hij gelijk: kinderen krijgen is het meest natuurlijk voor een vrouw. Maar hij moest toch wéten dat je er niet voor kiest om kunstenaar te zijn. Dat is een ambetant leven: dat heeft fantastische kanten, maar het is niet kant-en-klaar, het is met vallen en opstaan en je mag niet te veel trots hebben want ze rijden over je heen.

“Dat moet die Jan Hoet toch geweten hebben, dat ik als 40-jarige vrouw elke dag de drang had om op te staan en dingen te maken? Ik vond dat zo’n flauwe dooddoener.”

Sommigen vinden u een van de belangrijkste kunstenaressen van België, maar uw carrière is pas de laatste tien jaar in een stroomversnelling terechtgekomen.

“Ja, dankzij een tentoonstelling in WIELS, in 2008. En nu zal mijn presentatie in M KHA ­duidelijk maken of ik wat gedaan heb met m’n leven, welke zin het heeft gehad.

“Nu vinden mensen dat ik tussen mijn 30ste en mijn 40ste fantastische dingen heb gemaakt, het meeste werk in de tentoonstelling is van die periode. Maar ik vond nergens aansluiting.

“Ik begrijp nu ook wat mijn probleem was. Of andere mensen hun probleem. De canon – je weet toch wat dat is, de canon? Ik weet dat nog maar een paar jaar, wat dat wil zeggen – die canon zal mij worst wezen.

“Marie Curie, Sophia Loren of Brigitte Bardot: dat waren vrouwen met power die wisten waarmee ze bezig waren. Maar in de hedendaagse kunst van de jaren 70 zag ik geen voorbeelden. Ofwel was het decoratief, ofwel feministische kunst, zoals Valie Export (Duitse performancekunstenares, LB) die experimenteerde met haar blote lichaam. Dat was ook mijn ding niet.”

Vraagt u zich soms af wat er zou gebeurd zijn als het niet gelukt was, en u het kunstenaarschap had moeten opgeven?

“Dan was ik zot geworden of had ik zelfmoord gepleegd. Als ik een tijdlang geen dingen kan maken, doe ik ongelukken. Dan word ik zo agressief dat ik mensen omver zou rijden met de fiets, want ik rij niet met den otto.”

Het dreigde ook te mislukken. “Ik was 40, had geen kinderen en ik stond nergens.” En toen werd ze door het KASK in Gent gevraagd om les te geven. Daar besefte ze dat ze haar ideeën wel kon doorgeven, maar dat ze de enige was die kon maken wat ze wilde maken.

“Ik had een grote aversie gekregen van alles wat met de kunstwereld te maken had, maar zo’n academie is natuurlijk net het begin van die wereld. Bijna was ik zot geworden van het lesgeven, ik begon te vergeten wie ik was. Opeens wist ik weer: tegen de canon, dat is mijn biotoop.”

Die tegencultuur, bestaat dat vandaag eigenlijk nog?

“Alles wat wij lieten zien, is nu overgenomen door het internet: onvrede, onmacht en agressie.”

Trump is nu de tegencultuur?

“Ja, want tegencultuur is anarchistisch en wil dingen kapotmaken.”

Maar daar is niets artistieks aan.

“De avant-garde als tegencultuur, die maakte begin vorige eeuw deel uit van de cultuur. En terwijl ze evolueerde, werd ze er ook steeds weer door opgeslorpt. Dat soort avant-garde is er niet meer.

“Ik moet wel zeggen: ik vind niet dat een kunstenaar nog per se anarchistisch moet zijn. Vorige week noemde iemand mijn tekeningen precieus en naïef. Dat vond ik fantastisch. Want ik ben een naïeve mens. Ik kan goed met simpele mensen om, hoewel ik wel intelligent ben. De Mauro (Pawlowski, LB) heeft dat gezegd. Als zo iemand dat zegt, dan zal het wel waar zijn. Ik versta soms heel ingewikkelde dingen, maar eigenlijk ben ik een supersimpele mens.”

Hebt u veel opgeofferd voor de kunst?

“Ik heb geen kinderen. Ik had er graag gehad maar sommige kunstenaars kunnen zoiets niet combineren en daar blijk ik er één van te zijn.”

Uw man is ook kunstenaar. Maakt dat het samenleven makkelijker?

SHARE  

'Als ik een tijdlang geen dingen kan maken, doe ik ongelukken. Dan word ik zo agressief dat ik mensen omver zou rijden met de fiets, want ik rij niet met den otto'

ANNE-MIE VAN KERCKHOVEN

“Het werkt, maar het is moeilijk om als kunstenaar met iemand samen te leven. Eigenlijk ben je het best alleen, maar dat is onmenselijk.

“Het heeft ook lang geduurd voor ik een man vond bij wie ik mezelf kon blijven. Die geen degout had of gechoqueerd was door alles wat ik zei of deed. Want eigenlijk moet ik mij constant inhouden, dat is verschrikkelijk. Ik weet niet wat het is, maar er zit van alles in mij dat heel opstandig is. Danny aanvaardt dat.

“Maar het is niet evident, want hij is geen gemakkelijke mens. Een heel ambetante mens, soms. Maar ja, ik ben ook zo. Daarom: ik heb een soulmate gevonden. Het is niet meer dan dat. Allee, dat is natuurlijk heel veel.”

Maar u hebt niet graag dat hij in uw atelier komt?

“Dat gaat al beter. Soms komt hij hier een fotokopie maken of zo. Vroeger kon ik daar echt niet tegen. Ik voelde zijn mannelijke geest hier mee binnenstappen. Danny zit vol zelfvertrouwen, dat is een rots. En dat komt hier dan naar ­binnen en dat heeft als gevolg dat ik zelf niets meer overhoud.

“Ik had hetzelfde met mijn galerist, als die in mijn atelier was geweest. Die mag eigenlijk ook niets zeggen tegen mij, verschrikkelijk! Ik ben daarvoor naar psychologen moeten gaan, hè. Ik kan daar niet tegen, al dat zelfvertrouwen. Ik heb geen filter.”

Dat dacht ik al te merken.

“Weet je wat ik ook zo raar vind? Als ik voordrachten geef, zeggen ze vaak: ‘Fantastisch Anne-Mie, dat je je zo kwetsbaar opstelt’. Maar ik weet niet wat dat wil zeggen. Ik kan mij daar niets bij voorstellen.”

Kunt u ook zo geïntimideerd worden door vróúwen?

“Natuurlijk. Bij Marlene Dumas heb ik dat ook.

“Maar ik moet zeggen: de laatste jaren heb ik dat probleem niet meer. Waarschijnlijk door die retrospectieve. Ik weet dat er nog altijd veel mensen zijn die het niet kunnen smaken, wat ik doe.

“Ik kon daar veel last van hebben, maar nu hoeven ze het van mij zelfs niet meer goed te vinden. Het is veel en er zitten toch een paar dingen bij die eigenlijk wel knap zijn. Maar het is wat het is en het heeft betekenis omdat het gemaakt is. Daarom heb ik nu zelfvertrouwen en dat is een grote bevrijding. En of het allemaal nut heeft gehad, dat zal de toekomst wel uitwijzen.”

Denkt u dat u er ooit mee stopt?

“Dat gaat financieel niet, maar ik zie ook niet goed in waarom. Ik vind dat ik nu pas goede dingen begin te maken.”

Goed, dat was het, denk ik.

“Allee, tof. Ik heb het wel opgespaard. Ik ben twee dagen vroeg gaan slapen en ik heb sinds gisteren niets meer gedaan.”

U hebt zich voorbereid?

“Ja, zoals bij een optreden. Dan ga je best een tijdje niet te veel met mensen om.” 

AMVK, van 9/2 tot 13/5 in M KHA, Antwerpen.




Related solo exhibitions: AMVK
309 views